

Pijnacker, 29-mrt-2025 - Het was een doodnormale zaterdag, of zoals de meeste mensen het zouden omschrijven: een dag die begon met veel beloftes en eindigde in een sprongetje van vreugde, al was het dan in de vorm van een zwaar doorgezakte voet na een lange wandeling. Uw schrijver – die de reis naar Pijnacker had aanvaard – bevond zich niet zomaar op een dagtrip naar de Efteling, maar in het epicentrum van strategisch denken en zen-meditatie: het MCR-toernooi van de ENMV (Eerste Nederlandse Mahjong Vereniging). Dit vond plaats in het iconische “Denksporthuis,” waar de wijkbewoners vriendelijk toestonden dat de mahjongspelers hun jaarlijkse gevecht uitvochten onder de titel “Reus van Rotterdam.” Een titel die klinkt als iets uit een episch fantasyboek, maar in werkelijkheid een oorverdovende wandeling naar de locatie inluidde. Parkeren was immers verboden in de wijk – logisch, want wie wil er nou een paar geparkeerde auto’s zien tussen al die in- en uitlopende mahjongspelers.
En laat het nu een klein wonder zijn dat er überhaupt 104 deelnemers waren (72 comp, 32 recr). De afmeldingen – met als kers op de taart de last minute-no-shows – zouden zelfs de meest doorgewinterde crisismanager het zweet op de rug doen staan. Gelukkig was er “Grote Ad” van der Linden, die ondanks zijn jarenlange ervaring als crisismanager bijna zijn laatste snik zou slaken, totdat hij uiteindelijk de enige oplossing vond die geen organisator zou willen: zelf meespelen. Het leed was nog net niet voorbij toen Grote Ad de microfoon ter hand nam. Want bij zijn welkomstpraatje was slechts de helft van de zaal in staat om iets van zijn wijsheden te horen – de rest genoot van het diepe geluid van zijn echo’s. Maar ook nu werd er weer een passende oplossing gevonden.
De eerste ronde was voor Olav allesbehalve voortvarend. Ondanks zijn spectaculaire spel en indrukwekkende combinaties, was het scorebord zijn ergste vijand: nul punten. Een prestatie zo groot dat het zelfs naar boven afgerond werd. Jacqueline, die met solide spel de tegenstanders vakkundig van de tafel zwieperde pakte direct vier puntjes. De tweede ronde was wat vriendelijker voor Olav. Hij wist eindelijk een punt te scoren, hoewel dat niet veel meer was dan een lichte aanvaring met twee tegenstanders. Jacqueline, die als een machine doorging, voegde opnieuw vier punten aan haar totaal. Het was toen dat Olav langzaam begon te beseffen dat hij in zijn onderlinge duel met haar waarschijnlijk het loodje zou moeten leggen.
Helaas is ook bij dit toernooi het probleem van lange rijen voor de lunch nog niet opgelost. Tien minuten in de rij staan voor je eten is niet wat je wil zien. Gelukkig was er nog tijd genoeg om bij te kletsen met een oude bekende. De derde ronde bracht een klein tegenslag voor Jacqueline, die slechts één puntje wist te bemachtigen, terwijl Olav eindelijk zijn tegenstanders een beetje in de war bracht met twee zwaarbevochten punten. Ze zeggen wel eens dat je in een toernooi je concentratie moet behouden, maar Olav had op dat moment vooral de concentratie van een hond die net een tennisbal zag rollen.
Voorafgaande aan de vierde ronde waren de koplopers bekend: vijf spelers met tien punten en vijf spelers met negen punten, waaronder Jacqueline. En die deed wat ze moest doen: winnen. In haar laatste potje zelfs tegen een tegenstander die onbedoeld een mahjong had laten lopen. Maar de wijze Aristoteles zij het het al eens: "Zonder geluk vaart niemand wel". En daar was het dan: de prijsuitreiking.
Eveline Broers had de derde plaats bemachtigd, maar de echte spanning kwam pas toen de speaker de naam van nummer twee noemde: “Peter van Damme.” En toen… de grote onthulling. Nummer één, Jacqueline Oudshoorn! Het applaus was oorverdovend, de camera’s flitsten, en hoewel de uitzending van Studio Sport nooit het daglicht zag, voelde Jacqueline zich een beetje groter. Als je eenmaal "De Reus van Rotterdam" mag heten, voel je je inderdaad een beetje uitgerekt.
En Olav? Die stond daar bescheiden, 55e plaats in de zak, en met de glimlach van iemand die weet: als je dan toch moet verliezen, dan het liefst van de kampioen zelf. Want, zoals hij het altijd zegt: "Niets is zo leerzaam als verlies... en het levert altijd een mooi verhaal op."